Hoe is het toch met Ton en Betsy van Kempen?

Tot 2001 runden Ton en Betsy hun bakkerij met de winkel aan het Vredesplein. Twee jaar later verhuisden ze naar Elst. Ton wou het wat rustiger aan doen. Hij was z’n leven lang bakker geweest in Oosterhout. Zijn vader en grootvader ook. Toen Ton stopte, kwam er ook een einde aan drie generaties bakkerij van Kempen in Oosterhout. Betsy is een tuindersdochter uit Huissen. Tot haar huwelijk met Ton werkte zij bij Barenbrug in Arnhem. ‘Daar heb ik het altijd zó fijn gehad. En toen Barenbrug naar Oosterhout kwam, kregen we hen ook nog als klant. Daar ben ik altijd dankbaar voor gebleven’.

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

in 1966 bij de Buitenpoort in Huissen. Daar gingen we altijd dansen. Ik was zó gek op dansen maar Ton kon het niet zo goed’. Ja, lacht Ton, ‘t dansen hed ze bij mien deurgestrip maar de rest was goed zei ze. In 1969 zijn we getrouwd’.

En toen werd je bakkersvrouw…

‘Ja, maar ik heb altijd goede hulp gehad van Connie van Ree, Anita Maassen, Gerda Lintsen en haar dochter Carla. We hebben wel altijd hard moeten werken maar we hebben ook een heel goeie boterham gehad. We gingen toen de kinderen klein waren ook al op wintersport maar dat wilden we niet weten want andere kinderen konden dat toen niet. We hebben drie kinderen: Frank, Ester en Mirjam. Maar ze wonen niet in de buurt’.

Ton vertelt verder: ‘toen wij stopten was de bakkerij 103 jaar oud. Onze zoon is eigenlijk ook bakker maar hij leerde door. Je moet het ook met plezier doen anders moet je er nooit aan beginnen want het is eigenlijk een asociaal beroep. Tegenwoordig bakken ze de hele dag door maar toen was het altijd ’s nachts werken. Van ‘s avonds tien uur tot ‘s morgens half vier. Vrijdags om een uur of zes even naar bed tot een uur of tien en dan de hele nacht de bakkerij in. Zaterdagsavonds had je geen slaap want je had ’s morgens uitgeslapen maar dan ging ik de administratie maar bijwerken of zo. Je had genoeg te doen.

Het oude huis was wel beschadigd in de oorlog maar weer hersteld. de bakkerij was in het achterhuis. Later in de oude schuur. het oude huis is in 1973 afgebroken. het was een hele oude boerderij. mijn ouders zijn er in 1933 ingekomen.

Onze hele bakkerij, de oven en de machines, is naar Nicaragua gegaan. Barenbrug heeft nog voor een container gezorgd. Het ging naar een goed doel. Het geeft nog een goed gevoel dat de boel niet ergens stond te verroesten. We hadden altijd mooie degelijke machines. Maar het viel niet mee om daar de oven weer in elkaar te zetten. Die was natuurlijk honderduuzend keer heet geworden en weer afgekoeld. Al die schroeven zaten muurvast hè.

Ik weet nog dat we een speculaasmachine kregen. Tot die tijd moest je alles met de hand draaien en nog eerder had je de speculaasplankjes. Maar met die machine hád je me ineens een bult speculaas! De grote poppen moest je nog wel met de hand maken. Ik heb nog ergens een foto van de eerste speculaasmachine. Hier is ie. Ik denk rond 1965. Dat was een prachtige periode. Iedereen kreeg het beter en we konden moderniseren. In 1969 zijn we getrouwd. We hebben drie kinderen’.

Waar houden jullie je nu zoal mee bezig?

‘We gaan nog wel eens fietsen. In Munsterland, langs de Bodensee en ook in Frankrijk. Meestal tussen de veertig en vijftig kilometer. En dit jaar gaan we langs de Loire fietsen. We gingen altijd met eigen auto maar nu gaan we met de bus vanuit Limburg. Betsy is vorig jaar zeventig geworden.

Toen hebben we een elektrische fiets gekocht. Ik stond altijd al vijf of tien minuten te wachten bovenop een heuvel, maar nu gaan we meer gelijk op.’

Be ‘En ik ben in Oosterhout ook altijd nog bij het tennissen gebleven. Want Oosterhout kunnen we toch niet helemaal loslaten. Maar als je ouder wordt dan is het fijn om in een grotere plaats te wonen. Dan heb je alles in de buurt’.

Waar kopen jullie je brood?

‘Ach, op verschillende plaatsen maar meestal bij de supermarkt hier in de buurt. Ik ben gék op brood en daar hebben ze vaak van dat zuurde-sembrood. Dat vind ik wel lekker. Betsy haalt ook wel eens ergens anders brood’.

Bak je zelf nog weleens wat?

‘Jawel, maar alleen met de feestdagen. En met mijn verjaardag bak ik nog sausijsjes. Weet je hoe ik dat doe? Een kilo halfomhalf gehakt, niet van dat vette maar mooi gehakt, 150 gram paneermeel, vier eieren, 20 gram zout, een bietje peper en nootmuskaat, een bietje pittige saus, bijvoorbeeld Worcestersaus, maar niet te veel. De plakjes bladerdeeg moet je een dag van te voren uit de diepvries in koelkast doen. Ze moeten koud zijn. Ik leg er vijf achter elkaar en maak het onderste 1/3 deel vochtig. Gehakt uitrollen en er op. Dan sla je het deeg om en druk het vast. Een uur laten rusten en in die tijd twee keer bestrijken met een losgeklopt ei. Dan 25 minuten op 180 graden. De massa is genoeg voor twintig sausijsjes. Een kwart van de massa is genoeg voor vijf sausijzenbroodjes. En dan heb je ze goéd gevuld, niet zoals in de supermarkt!’

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven