Ons Dialect juni 2022 Zommergrij. Zomerkleren

Zommergrij. Zomerkleren.
Het woord grij wordt gebruikt als verzamelnaam
voor allerhande spullen of voor kleding. Oorspronkelijk komt het van gerij, paardentuig. Om
het paard aan te kleden.
Er zijn mensen die aparte kasten hebben voor hun
zomer- en winterkleren. Twee keer per jaar moet
dan het hele spul weer verhuizen van de kast op
zolder naar de slaapkamerkast want het past niet
allemaal in één kast. Een ouderwets teken van
welvaart. Tegenwoordig wordt voor elk seizoen
een totaal nieuwe garderobe gekocht en de oude
gaat naar de kringloop! Echt waar, al een paar
keer gehoord. Een absurd teken van welvaart.
Vroeger deden volwassen mensen jaren met hun
kleding. En kinderkleding werd doorgegeven tot
het helemaal versleten was. Een teken van zuinigheid. Zuinigheid was een deugd maar ik had een
hekel aan die deugd. Je liep bijna altijd in andermans kleren. Maar gelukkig was mijn moeders
hobby kleding maken waardoor ik ook nog wel
eens iets nieuws aan had.
Vroeger had je ook nog het meest katoenen en
wollen kleding waar mottenballen bij moesten
voordat je die weg hing. Als je dan een half jaar
later die spullen weer uit de zolderkast haalde
dan greep de kamferlucht je naar de keel. Maar je
wist niet beter.
In mijn jeugd kwam er al wel steeds meer synthetische kleding als Jersey en Trevira. Dat lusten
motten blijkbaar niet.
Met die synthetische en andere kunststoffen ontstond volgens mij ook het begrip statische elektriciteit. Daar ben ik erg gevoelig voor, vooral bij
droge oostenwind. Winter en zomer. Alles knettert dan bij het aan en uitkleden en als ik uit de
auto stap dan krijg ik telkens een schok. Mijn man
vindt dat ik me aanstel en dan zeg ik maar dat hij
blij moet zijn dat de vonken nog over springen als
we samen in de auto zitten….IvD

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *